FlexiVerb

Dutch Verb

onderdompelen

to immerse

takes hebbenstrongregular

Infinitive

onderdompelen

Past Participle

onderdompelend

Pres. Participle

onderdompelend

Imperative

dompel onder / dompelt onder

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikdompel onder
jijdompelt onder
hij/zij/hetdompelt onder
wijdompelen onder
julliedompelen onder
zijdompelen onder

Verleden tijd

Simple Past

ikdompelde onder
jijdompelde onder
hij/zij/hetdompelde onder
wijdompelden onder
julliedompelden onder
zijdompelden onder

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb onderdompelend
jijhebt onderdompelend
hij/zij/hetheeft onderdompelend
wijhebben onderdompelend
julliehebben onderdompelend
zijhebben onderdompelend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad onderdompelend
jijhad onderdompelend
hij/zij/hethad onderdompelend
wijhadden onderdompelend
julliehadden onderdompelend
zijhadden onderdompelend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal onderdompelen
jijzal onderdompelen
hij/zij/hetzal onderdompelen
wijzullen onderdompelen
julliezullen onderdompelen
zijzullen onderdompelen

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal onderdompelend hebben
jijzal onderdompelend hebben
hij/zij/hetzal onderdompelend hebben
wijzullen onderdompelend hebben
julliezullen onderdompelend hebben
zijzullen onderdompelend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou onderdompelen
jijzou onderdompelen
hij/zij/hetzou onderdompelen
wijzouden onderdompelen
julliezouden onderdompelen
zijzouden onderdompelen

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou onderdompelend hebben
jijzou onderdompelend hebben
hij/zij/hetzou onderdompelend hebben
wijzouden onderdompelend hebben
julliezouden onderdompelend hebben
zijzouden onderdompelend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het onderdompelen
jijbent aan het onderdompelen
hij/zij/hetis aan het onderdompelen
wijzijn aan het onderdompelen
julliezijn aan het onderdompelen
zijzijn aan het onderdompelen

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het onderdompelen
jijwas aan het onderdompelen
hij/zij/hetwas aan het onderdompelen
wijwaren aan het onderdompelen
julliewaren aan het onderdompelen
zijwaren aan het onderdompelen
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikonderdompel
jijonderdompel
hij/zij/hetonderdompel
wijonderdompel
jullieonderdompel
zijonderdompel

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0