Dutch Verb
ondertekenen
to sign, to put a signature under
takes hebbenstrongregular
Infinitive
ondertekenen
Past Participle
ondertekenend
Pres. Participle
ondertekenend
Imperative
onderteken / ondertekent
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikonderteken
jijondertekent
hij/zij/hetondertekent
wijondertekenen
jullieondertekenen
zijondertekenen
Verleden tijd
Simple Past
ikondertekende
jijondertekende
hij/zij/hetondertekende
wijondertekenden
jullieondertekenden
zijondertekenden
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb ondertekenend
jijhebt ondertekenend
hij/zij/hetheeft ondertekenend
wijhebben ondertekenend
julliehebben ondertekenend
zijhebben ondertekenend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad ondertekenend
jijhad ondertekenend
hij/zij/hethad ondertekenend
wijhadden ondertekenend
julliehadden ondertekenend
zijhadden ondertekenend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal ondertekenen
jijzal ondertekenen
hij/zij/hetzal ondertekenen
wijzullen ondertekenen
julliezullen ondertekenen
zijzullen ondertekenen
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal ondertekenend hebben
jijzal ondertekenend hebben
hij/zij/hetzal ondertekenend hebben
wijzullen ondertekenend hebben
julliezullen ondertekenend hebben
zijzullen ondertekenend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou ondertekenen
jijzou ondertekenen
hij/zij/hetzou ondertekenen
wijzouden ondertekenen
julliezouden ondertekenen
zijzouden ondertekenen
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou ondertekenend hebben
jijzou ondertekenend hebben
hij/zij/hetzou ondertekenend hebben
wijzouden ondertekenend hebben
julliezouden ondertekenend hebben
zijzouden ondertekenend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het ondertekenen
jijbent aan het ondertekenen
hij/zij/hetis aan het ondertekenen
wijzijn aan het ondertekenen
julliezijn aan het ondertekenen
zijzijn aan het ondertekenen
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het ondertekenen
jijwas aan het ondertekenen
hij/zij/hetwas aan het ondertekenen
wijwaren aan het ondertekenen
julliewaren aan het ondertekenen
zijwaren aan het ondertekenen
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikonderteken
jijonderteken
hij/zij/hetonderteken
wijonderteken
jullieonderteken
zijonderteken
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0