FlexiVerb

Dutch Verb

ontginnen

to develop into agricultural land · to remove the topsoil from · to excavate, to extract from the earth · to begin, to commence

takes hebbenstrongregular

Infinitive

ontginnen

Past Participle

ontginnend

Pres. Participle

ontginnend

Imperative

ontgin / ontgint

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikontgin
jijontgint
hij/zij/hetontgint
wijontginnen
jullieontginnen
zijontginnen

Verleden tijd

Simple Past

ikontgon
jijontgon
hij/zij/hetontgon
wijontgonnen
jullieontgonnen
zijontgonnen

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb ontginnend
jijhebt ontginnend
hij/zij/hetheeft ontginnend
wijhebben ontginnend
julliehebben ontginnend
zijhebben ontginnend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad ontginnend
jijhad ontginnend
hij/zij/hethad ontginnend
wijhadden ontginnend
julliehadden ontginnend
zijhadden ontginnend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal ontginnen
jijzal ontginnen
hij/zij/hetzal ontginnen
wijzullen ontginnen
julliezullen ontginnen
zijzullen ontginnen

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal ontginnend hebben
jijzal ontginnend hebben
hij/zij/hetzal ontginnend hebben
wijzullen ontginnend hebben
julliezullen ontginnend hebben
zijzullen ontginnend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou ontginnen
jijzou ontginnen
hij/zij/hetzou ontginnen
wijzouden ontginnen
julliezouden ontginnen
zijzouden ontginnen

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou ontginnend hebben
jijzou ontginnend hebben
hij/zij/hetzou ontginnend hebben
wijzouden ontginnend hebben
julliezouden ontginnend hebben
zijzouden ontginnend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het ontginnen
jijbent aan het ontginnen
hij/zij/hetis aan het ontginnen
wijzijn aan het ontginnen
julliezijn aan het ontginnen
zijzijn aan het ontginnen

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het ontginnen
jijwas aan het ontginnen
hij/zij/hetwas aan het ontginnen
wijwaren aan het ontginnen
julliewaren aan het ontginnen
zijwaren aan het ontginnen
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikontginn
jijontginn
hij/zij/hetontginn
wijontginn
jullieontginn
zijontginn

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0