FlexiVerb

Dutch Verb

ontstaan

to arise, to come into being · to elude, remain out of reach

takes zijnstrongregular

Infinitive

ontstaan

Past Participle

ontstaand

Pres. Participle

ontstaand

Imperative

ontsta / ontstaat

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikontsta
jijontstaat
hij/zij/hetontstaat
wijontstaan
jullieontstaan
zijontstaan

Verleden tijd

Simple Past

ikontstond
jijontstond
hij/zij/hetontstond
wijontstonden
jullieontstonden
zijontstonden

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

zijn (present) + past participle
ikben ontstaand
jijbent ontstaand
hij/zij/hetis ontstaand
wijzijn ontstaand
julliezijn ontstaand
zijzijn ontstaand

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

zijn (past) + past participle
ikwas ontstaand
jijwas ontstaand
hij/zij/hetwas ontstaand
wijwaren ontstaand
julliewaren ontstaand
zijwaren ontstaand

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal ontstaan
jijzal ontstaan
hij/zij/hetzal ontstaan
wijzullen ontstaan
julliezullen ontstaan
zijzullen ontstaan

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + zijn
ikzal ontstaand zijn
jijzal ontstaand zijn
hij/zij/hetzal ontstaand zijn
wijzullen ontstaand zijn
julliezullen ontstaand zijn
zijzullen ontstaand zijn

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou ontstaan
jijzou ontstaan
hij/zij/hetzou ontstaan
wijzouden ontstaan
julliezouden ontstaan
zijzouden ontstaan

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + zijn
ikzou ontstaand zijn
jijzou ontstaand zijn
hij/zij/hetzou ontstaand zijn
wijzouden ontstaand zijn
julliezouden ontstaand zijn
zijzouden ontstaand zijn

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het ontstaan
jijbent aan het ontstaan
hij/zij/hetis aan het ontstaan
wijzijn aan het ontstaan
julliezijn aan het ontstaan
zijzijn aan het ontstaan

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het ontstaan
jijwas aan het ontstaan
hij/zij/hetwas aan het ontstaan
wijwaren aan het ontstaan
julliewaren aan het ontstaan
zijwaren aan het ontstaan
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikontstaa
jijontstaa
hij/zij/hetontstaa
wijontstaa
jullieontstaa
zijontstaa

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0