Dutch Verb
ontzien
to spare
takes hebbenstrongregular
Infinitive
ontzien
Past Participle
ontziend
Pres. Participle
ontziend
Imperative
ontzie / ontziet
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikontzie
jijontziet
hij/zij/hetontziet
wijontzien
jullieontzien
zijontzien
Verleden tijd
Simple Past
ikontzag
jijontzag
hij/zij/hetontzag
wijontzagen
jullieontzagen
zijontzagen
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb ontziend
jijhebt ontziend
hij/zij/hetheeft ontziend
wijhebben ontziend
julliehebben ontziend
zijhebben ontziend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad ontziend
jijhad ontziend
hij/zij/hethad ontziend
wijhadden ontziend
julliehadden ontziend
zijhadden ontziend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal ontzien
jijzal ontzien
hij/zij/hetzal ontzien
wijzullen ontzien
julliezullen ontzien
zijzullen ontzien
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal ontziend hebben
jijzal ontziend hebben
hij/zij/hetzal ontziend hebben
wijzullen ontziend hebben
julliezullen ontziend hebben
zijzullen ontziend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou ontzien
jijzou ontzien
hij/zij/hetzou ontzien
wijzouden ontzien
julliezouden ontzien
zijzouden ontzien
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou ontziend hebben
jijzou ontziend hebben
hij/zij/hetzou ontziend hebben
wijzouden ontziend hebben
julliezouden ontziend hebben
zijzouden ontziend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het ontzien
jijbent aan het ontzien
hij/zij/hetis aan het ontzien
wijzijn aan het ontzien
julliezijn aan het ontzien
zijzijn aan het ontzien
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het ontzien
jijwas aan het ontzien
hij/zij/hetwas aan het ontzien
wijwaren aan het ontzien
julliewaren aan het ontzien
zijwaren aan het ontzien
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikontzi
jijontzi
hij/zij/hetontzi
wijontzi
jullieontzi
zijontzi
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0