FlexiVerb

Dutch Verb

oogsten

to harvest (produce) · to acquire, to obtain, to reap

takes hebbenstrongregular

Infinitive

oogsten

Past Participle

oogstend

Pres. Participle

oogstend

Imperative

oogst / oogst

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikoogst
jijoogst
hij/zij/hetoogst
wijoogsten
jullieoogsten
zijoogsten

Verleden tijd

Simple Past

ikoogstte
jijoogstte
hij/zij/hetoogstte
wijoogstten
jullieoogstten
zijoogstten

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb oogstend
jijhebt oogstend
hij/zij/hetheeft oogstend
wijhebben oogstend
julliehebben oogstend
zijhebben oogstend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad oogstend
jijhad oogstend
hij/zij/hethad oogstend
wijhadden oogstend
julliehadden oogstend
zijhadden oogstend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal oogsten
jijzal oogsten
hij/zij/hetzal oogsten
wijzullen oogsten
julliezullen oogsten
zijzullen oogsten

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal oogstend hebben
jijzal oogstend hebben
hij/zij/hetzal oogstend hebben
wijzullen oogstend hebben
julliezullen oogstend hebben
zijzullen oogstend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou oogsten
jijzou oogsten
hij/zij/hetzou oogsten
wijzouden oogsten
julliezouden oogsten
zijzouden oogsten

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou oogstend hebben
jijzou oogstend hebben
hij/zij/hetzou oogstend hebben
wijzouden oogstend hebben
julliezouden oogstend hebben
zijzouden oogstend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het oogsten
jijbent aan het oogsten
hij/zij/hetis aan het oogsten
wijzijn aan het oogsten
julliezijn aan het oogsten
zijzijn aan het oogsten

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het oogsten
jijwas aan het oogsten
hij/zij/hetwas aan het oogsten
wijwaren aan het oogsten
julliewaren aan het oogsten
zijwaren aan het oogsten
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikoogst
jijoogst
hij/zij/hetoogst
wijoogst
jullieoogst
zijoogst

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0