FlexiVerb

Dutch Verb

opgeven

to give up, relinquish · to report, state, indicate (e.g. data in a form)

takes hebbenseparablestrongregular

Infinitive

opgeven

Past Participle

opgevend

Pres. Participle

opgevend

Imperative

geef op / geeft op

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikgeef op
jijgeeft op
hij/zij/hetgeeft op
wijgeven op
julliegeven op
zijgeven op

Verleden tijd

Simple Past

ikgaf op
jijgaf op
hij/zij/hetgaf op
wijgaven op
julliegaven op
zijgaven op

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb opgevend
jijhebt opgevend
hij/zij/hetheeft opgevend
wijhebben opgevend
julliehebben opgevend
zijhebben opgevend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad opgevend
jijhad opgevend
hij/zij/hethad opgevend
wijhadden opgevend
julliehadden opgevend
zijhadden opgevend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal opgeven
jijzal opgeven
hij/zij/hetzal opgeven
wijzullen opgeven
julliezullen opgeven
zijzullen opgeven

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal opgevend hebben
jijzal opgevend hebben
hij/zij/hetzal opgevend hebben
wijzullen opgevend hebben
julliezullen opgevend hebben
zijzullen opgevend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou opgeven
jijzou opgeven
hij/zij/hetzou opgeven
wijzouden opgeven
julliezouden opgeven
zijzouden opgeven

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou opgevend hebben
jijzou opgevend hebben
hij/zij/hetzou opgevend hebben
wijzouden opgevend hebben
julliezouden opgevend hebben
zijzouden opgevend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het opgeven
jijbent aan het opgeven
hij/zij/hetis aan het opgeven
wijzijn aan het opgeven
julliezijn aan het opgeven
zijzijn aan het opgeven

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het opgeven
jijwas aan het opgeven
hij/zij/hetwas aan het opgeven
wijwaren aan het opgeven
julliewaren aan het opgeven
zijwaren aan het opgeven
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikopgev
jijopgev
hij/zij/hetopgev
wijopgev
jullieopgev
zijopgev

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0