Dutch Verb
opperen
to cock hay, form hay-cocks · to suggest · to bring stones, mortar etc. to the masons
takes hebbenseparablestrongregular
Infinitive
opperen
Past Participle
opperend
Pres. Participle
opperend
Imperative
opper / oppert
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikopper
jijoppert
hij/zij/hetoppert
wijopperen
jullieopperen
zijopperen
Verleden tijd
Simple Past
ikopperde
jijopperde
hij/zij/hetopperde
wijopperden
jullieopperden
zijopperden
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb opperend
jijhebt opperend
hij/zij/hetheeft opperend
wijhebben opperend
julliehebben opperend
zijhebben opperend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad opperend
jijhad opperend
hij/zij/hethad opperend
wijhadden opperend
julliehadden opperend
zijhadden opperend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal opperen
jijzal opperen
hij/zij/hetzal opperen
wijzullen opperen
julliezullen opperen
zijzullen opperen
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal opperend hebben
jijzal opperend hebben
hij/zij/hetzal opperend hebben
wijzullen opperend hebben
julliezullen opperend hebben
zijzullen opperend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou opperen
jijzou opperen
hij/zij/hetzou opperen
wijzouden opperen
julliezouden opperen
zijzouden opperen
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou opperend hebben
jijzou opperend hebben
hij/zij/hetzou opperend hebben
wijzouden opperend hebben
julliezouden opperend hebben
zijzouden opperend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het opperen
jijbent aan het opperen
hij/zij/hetis aan het opperen
wijzijn aan het opperen
julliezijn aan het opperen
zijzijn aan het opperen
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het opperen
jijwas aan het opperen
hij/zij/hetwas aan het opperen
wijwaren aan het opperen
julliewaren aan het opperen
zijwaren aan het opperen
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikopper
jijopper
hij/zij/hetopper
wijopper
jullieopper
zijopper
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0