FlexiVerb

Dutch Verb

opslaan

to save, to store (a file, page) · to increase (e.g. of prices)

takes hebbenseparablestrongregular

Infinitive

opslaan

Past Participle

opslaand

Pres. Participle

opslaand

Imperative

sla op / slaat op

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

iksla op
jijslaat op
hij/zij/hetslaat op
wijslaan op
jullieslaan op
zijslaan op

Verleden tijd

Simple Past

iksloeg op
jijsloeg op
hij/zij/hetsloeg op
wijsloegen op
julliesloegen op
zijsloegen op

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb opslaand
jijhebt opslaand
hij/zij/hetheeft opslaand
wijhebben opslaand
julliehebben opslaand
zijhebben opslaand

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad opslaand
jijhad opslaand
hij/zij/hethad opslaand
wijhadden opslaand
julliehadden opslaand
zijhadden opslaand

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal opslaan
jijzal opslaan
hij/zij/hetzal opslaan
wijzullen opslaan
julliezullen opslaan
zijzullen opslaan

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal opslaand hebben
jijzal opslaand hebben
hij/zij/hetzal opslaand hebben
wijzullen opslaand hebben
julliezullen opslaand hebben
zijzullen opslaand hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou opslaan
jijzou opslaan
hij/zij/hetzou opslaan
wijzouden opslaan
julliezouden opslaan
zijzouden opslaan

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou opslaand hebben
jijzou opslaand hebben
hij/zij/hetzou opslaand hebben
wijzouden opslaand hebben
julliezouden opslaand hebben
zijzouden opslaand hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het opslaan
jijbent aan het opslaan
hij/zij/hetis aan het opslaan
wijzijn aan het opslaan
julliezijn aan het opslaan
zijzijn aan het opslaan

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het opslaan
jijwas aan het opslaan
hij/zij/hetwas aan het opslaan
wijwaren aan het opslaan
julliewaren aan het opslaan
zijwaren aan het opslaan
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikopslaa
jijopslaa
hij/zij/hetopslaa
wijopslaa
jullieopslaa
zijopslaa

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0