FlexiVerb

Dutch Verb

poppen

to play with puppets · to play (games etc.) in general · to court and/or have sex · to show off

takes hebbenstrongregular

Infinitive

poppen

Past Participle

poppend

Pres. Participle

poppend

Imperative

pop / popt

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikpop
jijpopt
hij/zij/hetpopt
wijpoppen
julliepoppen
zijpoppen

Verleden tijd

Simple Past

ikpopte
jijpopte
hij/zij/hetpopte
wijpopten
julliepopten
zijpopten

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb poppend
jijhebt poppend
hij/zij/hetheeft poppend
wijhebben poppend
julliehebben poppend
zijhebben poppend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad poppend
jijhad poppend
hij/zij/hethad poppend
wijhadden poppend
julliehadden poppend
zijhadden poppend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal poppen
jijzal poppen
hij/zij/hetzal poppen
wijzullen poppen
julliezullen poppen
zijzullen poppen

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal poppend hebben
jijzal poppend hebben
hij/zij/hetzal poppend hebben
wijzullen poppend hebben
julliezullen poppend hebben
zijzullen poppend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou poppen
jijzou poppen
hij/zij/hetzou poppen
wijzouden poppen
julliezouden poppen
zijzouden poppen

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou poppend hebben
jijzou poppend hebben
hij/zij/hetzou poppend hebben
wijzouden poppend hebben
julliezouden poppend hebben
zijzouden poppend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het poppen
jijbent aan het poppen
hij/zij/hetis aan het poppen
wijzijn aan het poppen
julliezijn aan het poppen
zijzijn aan het poppen

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het poppen
jijwas aan het poppen
hij/zij/hetwas aan het poppen
wijwaren aan het poppen
julliewaren aan het poppen
zijwaren aan het poppen
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikpopp
jijpopp
hij/zij/hetpopp
wijpopp
julliepopp
zijpopp

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0