Dutch Verb
poseren
to pose
takes hebbenstrongregular
Infinitive
poseren
Past Participle
poserend
Pres. Participle
poserend
Imperative
poseer / poseert
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikposeer
jijposeert
hij/zij/hetposeert
wijposeren
jullieposeren
zijposeren
Verleden tijd
Simple Past
ikposeerde
jijposeerde
hij/zij/hetposeerde
wijposeerden
jullieposeerden
zijposeerden
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb poserend
jijhebt poserend
hij/zij/hetheeft poserend
wijhebben poserend
julliehebben poserend
zijhebben poserend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad poserend
jijhad poserend
hij/zij/hethad poserend
wijhadden poserend
julliehadden poserend
zijhadden poserend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal poseren
jijzal poseren
hij/zij/hetzal poseren
wijzullen poseren
julliezullen poseren
zijzullen poseren
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal poserend hebben
jijzal poserend hebben
hij/zij/hetzal poserend hebben
wijzullen poserend hebben
julliezullen poserend hebben
zijzullen poserend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou poseren
jijzou poseren
hij/zij/hetzou poseren
wijzouden poseren
julliezouden poseren
zijzouden poseren
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou poserend hebben
jijzou poserend hebben
hij/zij/hetzou poserend hebben
wijzouden poserend hebben
julliezouden poserend hebben
zijzouden poserend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het poseren
jijbent aan het poseren
hij/zij/hetis aan het poseren
wijzijn aan het poseren
julliezijn aan het poseren
zijzijn aan het poseren
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het poseren
jijwas aan het poseren
hij/zij/hetwas aan het poseren
wijwaren aan het poseren
julliewaren aan het poseren
zijwaren aan het poseren
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikposer
jijposer
hij/zij/hetposer
wijposer
jullieposer
zijposer
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0