Dutch Verb
promoten
to promote
takes hebbenstrongregular
Infinitive
promoten
Past Participle
promotend
Pres. Participle
promotend
Imperative
promoot / promoot
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikpromoot
jijpromoot
hij/zij/hetpromoot
wijpromoten
julliepromoten
zijpromoten
Verleden tijd
Simple Past
ikpromootte
jijpromootte
hij/zij/hetpromootte
wijpromootten
julliepromootten
zijpromootten
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb promotend
jijhebt promotend
hij/zij/hetheeft promotend
wijhebben promotend
julliehebben promotend
zijhebben promotend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad promotend
jijhad promotend
hij/zij/hethad promotend
wijhadden promotend
julliehadden promotend
zijhadden promotend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal promoten
jijzal promoten
hij/zij/hetzal promoten
wijzullen promoten
julliezullen promoten
zijzullen promoten
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal promotend hebben
jijzal promotend hebben
hij/zij/hetzal promotend hebben
wijzullen promotend hebben
julliezullen promotend hebben
zijzullen promotend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou promoten
jijzou promoten
hij/zij/hetzou promoten
wijzouden promoten
julliezouden promoten
zijzouden promoten
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou promotend hebben
jijzou promotend hebben
hij/zij/hetzou promotend hebben
wijzouden promotend hebben
julliezouden promotend hebben
zijzouden promotend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het promoten
jijbent aan het promoten
hij/zij/hetis aan het promoten
wijzijn aan het promoten
julliezijn aan het promoten
zijzijn aan het promoten
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het promoten
jijwas aan het promoten
hij/zij/hetwas aan het promoten
wijwaren aan het promoten
julliewaren aan het promoten
zijwaren aan het promoten
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikpromot
jijpromot
hij/zij/hetpromot
wijpromot
julliepromot
zijpromot
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0