FlexiVerb

Dutch Verb

ramen

to make an estimate · to fix an estimate, to budget · to guess, to reckon, to deduce · to take aim (at), to watch, to observe

takes hebbenstrongregular

Infinitive

ramen

Past Participle

ramend

Pres. Participle

ramend

Imperative

raam / raamt

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikraam
jijraamt
hij/zij/hetraamt
wijramen
jullieramen
zijramen

Verleden tijd

Simple Past

ikraamde
jijraamde
hij/zij/hetraamde
wijraamden
jullieraamden
zijraamden

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb ramend
jijhebt ramend
hij/zij/hetheeft ramend
wijhebben ramend
julliehebben ramend
zijhebben ramend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad ramend
jijhad ramend
hij/zij/hethad ramend
wijhadden ramend
julliehadden ramend
zijhadden ramend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal ramen
jijzal ramen
hij/zij/hetzal ramen
wijzullen ramen
julliezullen ramen
zijzullen ramen

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal ramend hebben
jijzal ramend hebben
hij/zij/hetzal ramend hebben
wijzullen ramend hebben
julliezullen ramend hebben
zijzullen ramend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou ramen
jijzou ramen
hij/zij/hetzou ramen
wijzouden ramen
julliezouden ramen
zijzouden ramen

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou ramend hebben
jijzou ramend hebben
hij/zij/hetzou ramend hebben
wijzouden ramend hebben
julliezouden ramend hebben
zijzouden ramend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het ramen
jijbent aan het ramen
hij/zij/hetis aan het ramen
wijzijn aan het ramen
julliezijn aan het ramen
zijzijn aan het ramen

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het ramen
jijwas aan het ramen
hij/zij/hetwas aan het ramen
wijwaren aan het ramen
julliewaren aan het ramen
zijwaren aan het ramen
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikram
jijram
hij/zij/hetram
wijram
jullieram
zijram

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0