FlexiVerb

Dutch Verb

rappen

to rap (speak lyrics in the style of rap music)

takes hebbenstrongregular

Infinitive

rappen

Past Participle

rappend

Pres. Participle

rappend

Imperative

rap / rapt

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikrap
jijrapt
hij/zij/hetrapt
wijrappen
jullierappen
zijrappen

Verleden tijd

Simple Past

ikrapte
jijrapte
hij/zij/hetrapte
wijrapten
jullierapten
zijrapten

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb rappend
jijhebt rappend
hij/zij/hetheeft rappend
wijhebben rappend
julliehebben rappend
zijhebben rappend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad rappend
jijhad rappend
hij/zij/hethad rappend
wijhadden rappend
julliehadden rappend
zijhadden rappend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal rappen
jijzal rappen
hij/zij/hetzal rappen
wijzullen rappen
julliezullen rappen
zijzullen rappen

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal rappend hebben
jijzal rappend hebben
hij/zij/hetzal rappend hebben
wijzullen rappend hebben
julliezullen rappend hebben
zijzullen rappend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou rappen
jijzou rappen
hij/zij/hetzou rappen
wijzouden rappen
julliezouden rappen
zijzouden rappen

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou rappend hebben
jijzou rappend hebben
hij/zij/hetzou rappend hebben
wijzouden rappend hebben
julliezouden rappend hebben
zijzouden rappend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het rappen
jijbent aan het rappen
hij/zij/hetis aan het rappen
wijzijn aan het rappen
julliezijn aan het rappen
zijzijn aan het rappen

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het rappen
jijwas aan het rappen
hij/zij/hetwas aan het rappen
wijwaren aan het rappen
julliewaren aan het rappen
zijwaren aan het rappen
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikrapp
jijrapp
hij/zij/hetrapp
wijrapp
jullierapp
zijrapp

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0