FlexiVerb

Dutch Verb

reserveren

to reserve · to book (reserve)

takes hebbenstrongregular

Infinitive

reserveren

Past Participle

reserverend

Pres. Participle

reserverend

Imperative

reserveer / reserveert

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikreserveer
jijreserveert
hij/zij/hetreserveert
wijreserveren
julliereserveren
zijreserveren

Verleden tijd

Simple Past

ikreserveerde
jijreserveerde
hij/zij/hetreserveerde
wijreserveerden
julliereserveerden
zijreserveerden

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb reserverend
jijhebt reserverend
hij/zij/hetheeft reserverend
wijhebben reserverend
julliehebben reserverend
zijhebben reserverend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad reserverend
jijhad reserverend
hij/zij/hethad reserverend
wijhadden reserverend
julliehadden reserverend
zijhadden reserverend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal reserveren
jijzal reserveren
hij/zij/hetzal reserveren
wijzullen reserveren
julliezullen reserveren
zijzullen reserveren

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal reserverend hebben
jijzal reserverend hebben
hij/zij/hetzal reserverend hebben
wijzullen reserverend hebben
julliezullen reserverend hebben
zijzullen reserverend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou reserveren
jijzou reserveren
hij/zij/hetzou reserveren
wijzouden reserveren
julliezouden reserveren
zijzouden reserveren

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou reserverend hebben
jijzou reserverend hebben
hij/zij/hetzou reserverend hebben
wijzouden reserverend hebben
julliezouden reserverend hebben
zijzouden reserverend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het reserveren
jijbent aan het reserveren
hij/zij/hetis aan het reserveren
wijzijn aan het reserveren
julliezijn aan het reserveren
zijzijn aan het reserveren

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het reserveren
jijwas aan het reserveren
hij/zij/hetwas aan het reserveren
wijwaren aan het reserveren
julliewaren aan het reserveren
zijwaren aan het reserveren
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikreserver
jijreserver
hij/zij/hetreserver
wijreserver
julliereserver
zijreserver

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0