FlexiVerb

Dutch Verb

spekken

to lard · to supply, provide · to complete, fill in

takes hebbenstrongregular

Infinitive

spekken

Past Participle

spekkend

Pres. Participle

spekkend

Imperative

spek / spekt

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikspek
jijspekt
hij/zij/hetspekt
wijspekken
julliespekken
zijspekken

Verleden tijd

Simple Past

ikspekte
jijspekte
hij/zij/hetspekte
wijspekten
julliespekten
zijspekten

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb spekkend
jijhebt spekkend
hij/zij/hetheeft spekkend
wijhebben spekkend
julliehebben spekkend
zijhebben spekkend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad spekkend
jijhad spekkend
hij/zij/hethad spekkend
wijhadden spekkend
julliehadden spekkend
zijhadden spekkend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal spekken
jijzal spekken
hij/zij/hetzal spekken
wijzullen spekken
julliezullen spekken
zijzullen spekken

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal spekkend hebben
jijzal spekkend hebben
hij/zij/hetzal spekkend hebben
wijzullen spekkend hebben
julliezullen spekkend hebben
zijzullen spekkend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou spekken
jijzou spekken
hij/zij/hetzou spekken
wijzouden spekken
julliezouden spekken
zijzouden spekken

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou spekkend hebben
jijzou spekkend hebben
hij/zij/hetzou spekkend hebben
wijzouden spekkend hebben
julliezouden spekkend hebben
zijzouden spekkend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het spekken
jijbent aan het spekken
hij/zij/hetis aan het spekken
wijzijn aan het spekken
julliezijn aan het spekken
zijzijn aan het spekken

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het spekken
jijwas aan het spekken
hij/zij/hetwas aan het spekken
wijwaren aan het spekken
julliewaren aan het spekken
zijwaren aan het spekken
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikspekk
jijspekk
hij/zij/hetspekk
wijspekk
julliespekk
zijspekk

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0