Dutch Verb
stoven
to stew on a fire · to prepare · to stove · to simmer for a long time
takes hebbenstrongregular
Infinitive
stoven
Past Participle
stovend
Pres. Participle
stovend
Imperative
stoof / stooft
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikstoof
jijstooft
hij/zij/hetstooft
wijstoven
julliestoven
zijstoven
Verleden tijd
Simple Past
ikstoofde
jijstoofde
hij/zij/hetstoofde
wijstoofden
julliestoofden
zijstoofden
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb stovend
jijhebt stovend
hij/zij/hetheeft stovend
wijhebben stovend
julliehebben stovend
zijhebben stovend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad stovend
jijhad stovend
hij/zij/hethad stovend
wijhadden stovend
julliehadden stovend
zijhadden stovend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal stoven
jijzal stoven
hij/zij/hetzal stoven
wijzullen stoven
julliezullen stoven
zijzullen stoven
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal stovend hebben
jijzal stovend hebben
hij/zij/hetzal stovend hebben
wijzullen stovend hebben
julliezullen stovend hebben
zijzullen stovend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou stoven
jijzou stoven
hij/zij/hetzou stoven
wijzouden stoven
julliezouden stoven
zijzouden stoven
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou stovend hebben
jijzou stovend hebben
hij/zij/hetzou stovend hebben
wijzouden stovend hebben
julliezouden stovend hebben
zijzouden stovend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het stoven
jijbent aan het stoven
hij/zij/hetis aan het stoven
wijzijn aan het stoven
julliezijn aan het stoven
zijzijn aan het stoven
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het stoven
jijwas aan het stoven
hij/zij/hetwas aan het stoven
wijwaren aan het stoven
julliewaren aan het stoven
zijwaren aan het stoven
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikstov
jijstov
hij/zij/hetstov
wijstov
julliestov
zijstov
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0