FlexiVerb

Dutch Verb

symboliseren

to symbolize (US); symbolise (UK)

takes hebbenstrongregular

Infinitive

symboliseren

Past Participle

symboliserend

Pres. Participle

symboliserend

Imperative

symboliseer / symboliseert

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

iksymboliseer
jijsymboliseert
hij/zij/hetsymboliseert
wijsymboliseren
julliesymboliseren
zijsymboliseren

Verleden tijd

Simple Past

iksymboliseerde
jijsymboliseerde
hij/zij/hetsymboliseerde
wijsymboliseerden
julliesymboliseerden
zijsymboliseerden

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb symboliserend
jijhebt symboliserend
hij/zij/hetheeft symboliserend
wijhebben symboliserend
julliehebben symboliserend
zijhebben symboliserend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad symboliserend
jijhad symboliserend
hij/zij/hethad symboliserend
wijhadden symboliserend
julliehadden symboliserend
zijhadden symboliserend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal symboliseren
jijzal symboliseren
hij/zij/hetzal symboliseren
wijzullen symboliseren
julliezullen symboliseren
zijzullen symboliseren

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal symboliserend hebben
jijzal symboliserend hebben
hij/zij/hetzal symboliserend hebben
wijzullen symboliserend hebben
julliezullen symboliserend hebben
zijzullen symboliserend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou symboliseren
jijzou symboliseren
hij/zij/hetzou symboliseren
wijzouden symboliseren
julliezouden symboliseren
zijzouden symboliseren

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou symboliserend hebben
jijzou symboliserend hebben
hij/zij/hetzou symboliserend hebben
wijzouden symboliserend hebben
julliezouden symboliserend hebben
zijzouden symboliserend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het symboliseren
jijbent aan het symboliseren
hij/zij/hetis aan het symboliseren
wijzijn aan het symboliseren
julliezijn aan het symboliseren
zijzijn aan het symboliseren

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het symboliseren
jijwas aan het symboliseren
hij/zij/hetwas aan het symboliseren
wijwaren aan het symboliseren
julliewaren aan het symboliseren
zijwaren aan het symboliseren
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
iksymboliser
jijsymboliser
hij/zij/hetsymboliser
wijsymboliser
julliesymboliser
zijsymboliser

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0