Dutch Verb
tippen
to tip (give a gratuity) · to tip (give a hint)
takes hebbenstrongregular
Infinitive
tippen
Past Participle
tippend
Pres. Participle
tippend
Imperative
tip / tipt
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
iktip
jijtipt
hij/zij/hettipt
wijtippen
jullietippen
zijtippen
Verleden tijd
Simple Past
iktipte
jijtipte
hij/zij/hettipte
wijtipten
jullietipten
zijtipten
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb tippend
jijhebt tippend
hij/zij/hetheeft tippend
wijhebben tippend
julliehebben tippend
zijhebben tippend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad tippend
jijhad tippend
hij/zij/hethad tippend
wijhadden tippend
julliehadden tippend
zijhadden tippend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal tippen
jijzal tippen
hij/zij/hetzal tippen
wijzullen tippen
julliezullen tippen
zijzullen tippen
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal tippend hebben
jijzal tippend hebben
hij/zij/hetzal tippend hebben
wijzullen tippend hebben
julliezullen tippend hebben
zijzullen tippend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou tippen
jijzou tippen
hij/zij/hetzou tippen
wijzouden tippen
julliezouden tippen
zijzouden tippen
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou tippend hebben
jijzou tippend hebben
hij/zij/hetzou tippend hebben
wijzouden tippend hebben
julliezouden tippend hebben
zijzouden tippend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het tippen
jijbent aan het tippen
hij/zij/hetis aan het tippen
wijzijn aan het tippen
julliezijn aan het tippen
zijzijn aan het tippen
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het tippen
jijwas aan het tippen
hij/zij/hetwas aan het tippen
wijwaren aan het tippen
julliewaren aan het tippen
zijwaren aan het tippen
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyiktipp
jijtipp
hij/zij/hettipp
wijtipp
jullietipp
zijtipp
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0