FlexiVerb

Dutch Verb

toedienen

to administer

takes hebbenseparablestrongregular

Infinitive

toedienen

Past Participle

toedienend

Pres. Participle

toedienend

Imperative

dien toe / dient toe

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikdien toe
jijdient toe
hij/zij/hetdient toe
wijdienen toe
julliedienen toe
zijdienen toe

Verleden tijd

Simple Past

ikdiende toe
jijdiende toe
hij/zij/hetdiende toe
wijdienden toe
julliedienden toe
zijdienden toe

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb toedienend
jijhebt toedienend
hij/zij/hetheeft toedienend
wijhebben toedienend
julliehebben toedienend
zijhebben toedienend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad toedienend
jijhad toedienend
hij/zij/hethad toedienend
wijhadden toedienend
julliehadden toedienend
zijhadden toedienend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal toedienen
jijzal toedienen
hij/zij/hetzal toedienen
wijzullen toedienen
julliezullen toedienen
zijzullen toedienen

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal toedienend hebben
jijzal toedienend hebben
hij/zij/hetzal toedienend hebben
wijzullen toedienend hebben
julliezullen toedienend hebben
zijzullen toedienend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou toedienen
jijzou toedienen
hij/zij/hetzou toedienen
wijzouden toedienen
julliezouden toedienen
zijzouden toedienen

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou toedienend hebben
jijzou toedienend hebben
hij/zij/hetzou toedienend hebben
wijzouden toedienend hebben
julliezouden toedienend hebben
zijzouden toedienend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het toedienen
jijbent aan het toedienen
hij/zij/hetis aan het toedienen
wijzijn aan het toedienen
julliezijn aan het toedienen
zijzijn aan het toedienen

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het toedienen
jijwas aan het toedienen
hij/zij/hetwas aan het toedienen
wijwaren aan het toedienen
julliewaren aan het toedienen
zijwaren aan het toedienen
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
iktoedien
jijtoedien
hij/zij/hettoedien
wijtoedien
jullietoedien
zijtoedien

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0