FlexiVerb

Dutch Verb

toeschrijven

to ascribe, attribute, chalk up

takes hebbenseparablestrongregular

Infinitive

toeschrijven

Past Participle

toeschrijvend

Pres. Participle

toeschrijvend

Imperative

schrijf toe / schrijft toe

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikschrijf toe
jijschrijft toe
hij/zij/hetschrijft toe
wijschrijven toe
jullieschrijven toe
zijschrijven toe

Verleden tijd

Simple Past

ikschreef toe
jijschreef toe
hij/zij/hetschreef toe
wijschreven toe
jullieschreven toe
zijschreven toe

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb toeschrijvend
jijhebt toeschrijvend
hij/zij/hetheeft toeschrijvend
wijhebben toeschrijvend
julliehebben toeschrijvend
zijhebben toeschrijvend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad toeschrijvend
jijhad toeschrijvend
hij/zij/hethad toeschrijvend
wijhadden toeschrijvend
julliehadden toeschrijvend
zijhadden toeschrijvend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal toeschrijven
jijzal toeschrijven
hij/zij/hetzal toeschrijven
wijzullen toeschrijven
julliezullen toeschrijven
zijzullen toeschrijven

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal toeschrijvend hebben
jijzal toeschrijvend hebben
hij/zij/hetzal toeschrijvend hebben
wijzullen toeschrijvend hebben
julliezullen toeschrijvend hebben
zijzullen toeschrijvend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou toeschrijven
jijzou toeschrijven
hij/zij/hetzou toeschrijven
wijzouden toeschrijven
julliezouden toeschrijven
zijzouden toeschrijven

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou toeschrijvend hebben
jijzou toeschrijvend hebben
hij/zij/hetzou toeschrijvend hebben
wijzouden toeschrijvend hebben
julliezouden toeschrijvend hebben
zijzouden toeschrijvend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het toeschrijven
jijbent aan het toeschrijven
hij/zij/hetis aan het toeschrijven
wijzijn aan het toeschrijven
julliezijn aan het toeschrijven
zijzijn aan het toeschrijven

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het toeschrijven
jijwas aan het toeschrijven
hij/zij/hetwas aan het toeschrijven
wijwaren aan het toeschrijven
julliewaren aan het toeschrijven
zijwaren aan het toeschrijven
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
iktoeschrijv
jijtoeschrijv
hij/zij/hettoeschrijv
wijtoeschrijv
jullietoeschrijv
zijtoeschrijv

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0