FlexiVerb

Dutch Verb

toewijzen

to assign

takes hebbenseparablestrongregular

Infinitive

toewijzen

Past Participle

toewijzend

Pres. Participle

toewijzend

Imperative

wijs toe / wijst toe

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikwijs toe
jijwijst toe
hij/zij/hetwijst toe
wijwijzen toe
julliewijzen toe
zijwijzen toe

Verleden tijd

Simple Past

ikwees toe
jijwees toe
hij/zij/hetwees toe
wijwezen toe
julliewezen toe
zijwezen toe

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb toewijzend
jijhebt toewijzend
hij/zij/hetheeft toewijzend
wijhebben toewijzend
julliehebben toewijzend
zijhebben toewijzend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad toewijzend
jijhad toewijzend
hij/zij/hethad toewijzend
wijhadden toewijzend
julliehadden toewijzend
zijhadden toewijzend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal toewijzen
jijzal toewijzen
hij/zij/hetzal toewijzen
wijzullen toewijzen
julliezullen toewijzen
zijzullen toewijzen

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal toewijzend hebben
jijzal toewijzend hebben
hij/zij/hetzal toewijzend hebben
wijzullen toewijzend hebben
julliezullen toewijzend hebben
zijzullen toewijzend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou toewijzen
jijzou toewijzen
hij/zij/hetzou toewijzen
wijzouden toewijzen
julliezouden toewijzen
zijzouden toewijzen

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou toewijzend hebben
jijzou toewijzend hebben
hij/zij/hetzou toewijzend hebben
wijzouden toewijzend hebben
julliezouden toewijzend hebben
zijzouden toewijzend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het toewijzen
jijbent aan het toewijzen
hij/zij/hetis aan het toewijzen
wijzijn aan het toewijzen
julliezijn aan het toewijzen
zijzijn aan het toewijzen

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het toewijzen
jijwas aan het toewijzen
hij/zij/hetwas aan het toewijzen
wijwaren aan het toewijzen
julliewaren aan het toewijzen
zijwaren aan het toewijzen
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
iktoewijz
jijtoewijz
hij/zij/hettoewijz
wijtoewijz
jullietoewijz
zijtoewijz

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0