FlexiVerb

Dutch Verb

tongzoenen

to French kiss (to kiss while inserting one’s tongue into one's companion's mouth)

takes hebbenstrongregular

Infinitive

tongzoenen

Past Participle

tongzoenend

Pres. Participle

tongzoenend

Imperative

tongzoen / tongzoent

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

iktongzoen
jijtongzoent
hij/zij/hettongzoent
wijtongzoenen
jullietongzoenen
zijtongzoenen

Verleden tijd

Simple Past

iktongzoende
jijtongzoende
hij/zij/hettongzoende
wijtongzoenden
jullietongzoenden
zijtongzoenden

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb tongzoenend
jijhebt tongzoenend
hij/zij/hetheeft tongzoenend
wijhebben tongzoenend
julliehebben tongzoenend
zijhebben tongzoenend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad tongzoenend
jijhad tongzoenend
hij/zij/hethad tongzoenend
wijhadden tongzoenend
julliehadden tongzoenend
zijhadden tongzoenend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal tongzoenen
jijzal tongzoenen
hij/zij/hetzal tongzoenen
wijzullen tongzoenen
julliezullen tongzoenen
zijzullen tongzoenen

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal tongzoenend hebben
jijzal tongzoenend hebben
hij/zij/hetzal tongzoenend hebben
wijzullen tongzoenend hebben
julliezullen tongzoenend hebben
zijzullen tongzoenend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou tongzoenen
jijzou tongzoenen
hij/zij/hetzou tongzoenen
wijzouden tongzoenen
julliezouden tongzoenen
zijzouden tongzoenen

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou tongzoenend hebben
jijzou tongzoenend hebben
hij/zij/hetzou tongzoenend hebben
wijzouden tongzoenend hebben
julliezouden tongzoenend hebben
zijzouden tongzoenend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het tongzoenen
jijbent aan het tongzoenen
hij/zij/hetis aan het tongzoenen
wijzijn aan het tongzoenen
julliezijn aan het tongzoenen
zijzijn aan het tongzoenen

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het tongzoenen
jijwas aan het tongzoenen
hij/zij/hetwas aan het tongzoenen
wijwaren aan het tongzoenen
julliewaren aan het tongzoenen
zijwaren aan het tongzoenen
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
iktongzoen
jijtongzoen
hij/zij/hettongzoen
wijtongzoen
jullietongzoen
zijtongzoen

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0