FlexiVerb

Dutch Verb

toveren

to perform magic · to do amazing things

takes hebbenstrongregular

Infinitive

toveren

Past Participle

toverend

Pres. Participle

toverend

Imperative

tover / tovert

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

iktover
jijtovert
hij/zij/hettovert
wijtoveren
jullietoveren
zijtoveren

Verleden tijd

Simple Past

iktoverde
jijtoverde
hij/zij/hettoverde
wijtoverden
jullietoverden
zijtoverden

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb toverend
jijhebt toverend
hij/zij/hetheeft toverend
wijhebben toverend
julliehebben toverend
zijhebben toverend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad toverend
jijhad toverend
hij/zij/hethad toverend
wijhadden toverend
julliehadden toverend
zijhadden toverend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal toveren
jijzal toveren
hij/zij/hetzal toveren
wijzullen toveren
julliezullen toveren
zijzullen toveren

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal toverend hebben
jijzal toverend hebben
hij/zij/hetzal toverend hebben
wijzullen toverend hebben
julliezullen toverend hebben
zijzullen toverend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou toveren
jijzou toveren
hij/zij/hetzou toveren
wijzouden toveren
julliezouden toveren
zijzouden toveren

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou toverend hebben
jijzou toverend hebben
hij/zij/hetzou toverend hebben
wijzouden toverend hebben
julliezouden toverend hebben
zijzouden toverend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het toveren
jijbent aan het toveren
hij/zij/hetis aan het toveren
wijzijn aan het toveren
julliezijn aan het toveren
zijzijn aan het toveren

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het toveren
jijwas aan het toveren
hij/zij/hetwas aan het toveren
wijwaren aan het toveren
julliewaren aan het toveren
zijwaren aan het toveren
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
iktover
jijtover
hij/zij/hettover
wijtover
jullietover
zijtover

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0