Dutch Verb
uitdoven
to extinguish
takes hebbenseparablestrongregular
Infinitive
uitdoven
Past Participle
uitdovend
Pres. Participle
uitdovend
Imperative
doof uit / dooft uit
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikdoof uit
jijdooft uit
hij/zij/hetdooft uit
wijdoven uit
julliedoven uit
zijdoven uit
Verleden tijd
Simple Past
ikdoofde uit
jijdoofde uit
hij/zij/hetdoofde uit
wijdoofden uit
julliedoofden uit
zijdoofden uit
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb uitdovend
jijhebt uitdovend
hij/zij/hetheeft uitdovend
wijhebben uitdovend
julliehebben uitdovend
zijhebben uitdovend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad uitdovend
jijhad uitdovend
hij/zij/hethad uitdovend
wijhadden uitdovend
julliehadden uitdovend
zijhadden uitdovend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal uitdoven
jijzal uitdoven
hij/zij/hetzal uitdoven
wijzullen uitdoven
julliezullen uitdoven
zijzullen uitdoven
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal uitdovend hebben
jijzal uitdovend hebben
hij/zij/hetzal uitdovend hebben
wijzullen uitdovend hebben
julliezullen uitdovend hebben
zijzullen uitdovend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou uitdoven
jijzou uitdoven
hij/zij/hetzou uitdoven
wijzouden uitdoven
julliezouden uitdoven
zijzouden uitdoven
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou uitdovend hebben
jijzou uitdovend hebben
hij/zij/hetzou uitdovend hebben
wijzouden uitdovend hebben
julliezouden uitdovend hebben
zijzouden uitdovend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het uitdoven
jijbent aan het uitdoven
hij/zij/hetis aan het uitdoven
wijzijn aan het uitdoven
julliezijn aan het uitdoven
zijzijn aan het uitdoven
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het uitdoven
jijwas aan het uitdoven
hij/zij/hetwas aan het uitdoven
wijwaren aan het uitdoven
julliewaren aan het uitdoven
zijwaren aan het uitdoven
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikuitdov
jijuitdov
hij/zij/hetuitdov
wijuitdov
jullieuitdov
zijuitdov
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0