Dutch Verb
uitmonden
to drain · to result in, to have as a result
takes hebbenseparablestrongregular
Infinitive
uitmonden
Past Participle
uitmondend
Pres. Participle
uitmondend
Imperative
mond uit / mondt uit
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikmond uit
jijmondt uit
hij/zij/hetmondt uit
wijmonden uit
julliemonden uit
zijmonden uit
Verleden tijd
Simple Past
ikmondde uit
jijmondde uit
hij/zij/hetmondde uit
wijmondden uit
julliemondden uit
zijmondden uit
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb uitmondend
jijhebt uitmondend
hij/zij/hetheeft uitmondend
wijhebben uitmondend
julliehebben uitmondend
zijhebben uitmondend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad uitmondend
jijhad uitmondend
hij/zij/hethad uitmondend
wijhadden uitmondend
julliehadden uitmondend
zijhadden uitmondend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal uitmonden
jijzal uitmonden
hij/zij/hetzal uitmonden
wijzullen uitmonden
julliezullen uitmonden
zijzullen uitmonden
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal uitmondend hebben
jijzal uitmondend hebben
hij/zij/hetzal uitmondend hebben
wijzullen uitmondend hebben
julliezullen uitmondend hebben
zijzullen uitmondend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou uitmonden
jijzou uitmonden
hij/zij/hetzou uitmonden
wijzouden uitmonden
julliezouden uitmonden
zijzouden uitmonden
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou uitmondend hebben
jijzou uitmondend hebben
hij/zij/hetzou uitmondend hebben
wijzouden uitmondend hebben
julliezouden uitmondend hebben
zijzouden uitmondend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het uitmonden
jijbent aan het uitmonden
hij/zij/hetis aan het uitmonden
wijzijn aan het uitmonden
julliezijn aan het uitmonden
zijzijn aan het uitmonden
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het uitmonden
jijwas aan het uitmonden
hij/zij/hetwas aan het uitmonden
wijwaren aan het uitmonden
julliewaren aan het uitmonden
zijwaren aan het uitmonden
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikuitmond
jijuitmond
hij/zij/hetuitmond
wijuitmond
jullieuitmond
zijuitmond
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0