FlexiVerb

Dutch Verb

uitzonderen

to exclude, to except

takes hebbenseparablestrongregular

Infinitive

uitzonderen

Past Participle

uitzonderend

Pres. Participle

uitzonderend

Imperative

zonder uit / zondert uit

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikzonder uit
jijzondert uit
hij/zij/hetzondert uit
wijzonderen uit
julliezonderen uit
zijzonderen uit

Verleden tijd

Simple Past

ikzonderde uit
jijzonderde uit
hij/zij/hetzonderde uit
wijzonderden uit
julliezonderden uit
zijzonderden uit

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb uitzonderend
jijhebt uitzonderend
hij/zij/hetheeft uitzonderend
wijhebben uitzonderend
julliehebben uitzonderend
zijhebben uitzonderend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad uitzonderend
jijhad uitzonderend
hij/zij/hethad uitzonderend
wijhadden uitzonderend
julliehadden uitzonderend
zijhadden uitzonderend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal uitzonderen
jijzal uitzonderen
hij/zij/hetzal uitzonderen
wijzullen uitzonderen
julliezullen uitzonderen
zijzullen uitzonderen

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal uitzonderend hebben
jijzal uitzonderend hebben
hij/zij/hetzal uitzonderend hebben
wijzullen uitzonderend hebben
julliezullen uitzonderend hebben
zijzullen uitzonderend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou uitzonderen
jijzou uitzonderen
hij/zij/hetzou uitzonderen
wijzouden uitzonderen
julliezouden uitzonderen
zijzouden uitzonderen

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou uitzonderend hebben
jijzou uitzonderend hebben
hij/zij/hetzou uitzonderend hebben
wijzouden uitzonderend hebben
julliezouden uitzonderend hebben
zijzouden uitzonderend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het uitzonderen
jijbent aan het uitzonderen
hij/zij/hetis aan het uitzonderen
wijzijn aan het uitzonderen
julliezijn aan het uitzonderen
zijzijn aan het uitzonderen

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het uitzonderen
jijwas aan het uitzonderen
hij/zij/hetwas aan het uitzonderen
wijwaren aan het uitzonderen
julliewaren aan het uitzonderen
zijwaren aan het uitzonderen
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikuitzonder
jijuitzonder
hij/zij/hetuitzonder
wijuitzonder
jullieuitzonder
zijuitzonder

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0