FlexiVerb

Dutch Verb

valsspelen

to cheat

takes hebbenstrongregular

Infinitive

valsspelen

Past Participle

valsspelend

Pres. Participle

valsspelend

Imperative

speel vals / speelt vals

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikspeel vals
jijspeelt vals
hij/zij/hetspeelt vals
wijspelen vals
julliespelen vals
zijspelen vals

Verleden tijd

Simple Past

ikspeelde vals
jijspeelde vals
hij/zij/hetspeelde vals
wijspeelden vals
julliespeelden vals
zijspeelden vals

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb valsspelend
jijhebt valsspelend
hij/zij/hetheeft valsspelend
wijhebben valsspelend
julliehebben valsspelend
zijhebben valsspelend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad valsspelend
jijhad valsspelend
hij/zij/hethad valsspelend
wijhadden valsspelend
julliehadden valsspelend
zijhadden valsspelend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal valsspelen
jijzal valsspelen
hij/zij/hetzal valsspelen
wijzullen valsspelen
julliezullen valsspelen
zijzullen valsspelen

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal valsspelend hebben
jijzal valsspelend hebben
hij/zij/hetzal valsspelend hebben
wijzullen valsspelend hebben
julliezullen valsspelend hebben
zijzullen valsspelend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou valsspelen
jijzou valsspelen
hij/zij/hetzou valsspelen
wijzouden valsspelen
julliezouden valsspelen
zijzouden valsspelen

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou valsspelend hebben
jijzou valsspelend hebben
hij/zij/hetzou valsspelend hebben
wijzouden valsspelend hebben
julliezouden valsspelend hebben
zijzouden valsspelend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het valsspelen
jijbent aan het valsspelen
hij/zij/hetis aan het valsspelen
wijzijn aan het valsspelen
julliezijn aan het valsspelen
zijzijn aan het valsspelen

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het valsspelen
jijwas aan het valsspelen
hij/zij/hetwas aan het valsspelen
wijwaren aan het valsspelen
julliewaren aan het valsspelen
zijwaren aan het valsspelen
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikvalsspel
jijvalsspel
hij/zij/hetvalsspel
wijvalsspel
jullievalsspel
zijvalsspel

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0