Dutch Verb
vereren
to worship, venerate · to idolize · to honour, grace, e.g. with a visit
takes hebbenstrongregular
Infinitive
vereren
Past Participle
vererend
Pres. Participle
vererend
Imperative
vereer / vereert
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikvereer
jijvereert
hij/zij/hetvereert
wijvereren
jullievereren
zijvereren
Verleden tijd
Simple Past
ikvereerde
jijvereerde
hij/zij/hetvereerde
wijvereerden
jullievereerden
zijvereerden
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb vererend
jijhebt vererend
hij/zij/hetheeft vererend
wijhebben vererend
julliehebben vererend
zijhebben vererend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad vererend
jijhad vererend
hij/zij/hethad vererend
wijhadden vererend
julliehadden vererend
zijhadden vererend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal vereren
jijzal vereren
hij/zij/hetzal vereren
wijzullen vereren
julliezullen vereren
zijzullen vereren
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal vererend hebben
jijzal vererend hebben
hij/zij/hetzal vererend hebben
wijzullen vererend hebben
julliezullen vererend hebben
zijzullen vererend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou vereren
jijzou vereren
hij/zij/hetzou vereren
wijzouden vereren
julliezouden vereren
zijzouden vereren
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou vererend hebben
jijzou vererend hebben
hij/zij/hetzou vererend hebben
wijzouden vererend hebben
julliezouden vererend hebben
zijzouden vererend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het vereren
jijbent aan het vereren
hij/zij/hetis aan het vereren
wijzijn aan het vereren
julliezijn aan het vereren
zijzijn aan het vereren
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het vereren
jijwas aan het vereren
hij/zij/hetwas aan het vereren
wijwaren aan het vereren
julliewaren aan het vereren
zijwaren aan het vereren
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikverer
jijverer
hij/zij/hetverer
wijverer
jullieverer
zijverer
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0