Dutch Verb
vergrijpen
to assault (usually used with aan)
takes hebbenstrongregular
Infinitive
vergrijpen
Past Participle
vergrijpend
Pres. Participle
vergrijpend
Imperative
vergrijp / vergrijpt
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikvergrijp
jijvergrijpt
hij/zij/hetvergrijpt
wijvergrijpen
jullievergrijpen
zijvergrijpen
Verleden tijd
Simple Past
ikvergreep
jijvergreep
hij/zij/hetvergreep
wijvergrepen
jullievergrepen
zijvergrepen
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb vergrijpend
jijhebt vergrijpend
hij/zij/hetheeft vergrijpend
wijhebben vergrijpend
julliehebben vergrijpend
zijhebben vergrijpend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad vergrijpend
jijhad vergrijpend
hij/zij/hethad vergrijpend
wijhadden vergrijpend
julliehadden vergrijpend
zijhadden vergrijpend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal vergrijpen
jijzal vergrijpen
hij/zij/hetzal vergrijpen
wijzullen vergrijpen
julliezullen vergrijpen
zijzullen vergrijpen
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal vergrijpend hebben
jijzal vergrijpend hebben
hij/zij/hetzal vergrijpend hebben
wijzullen vergrijpend hebben
julliezullen vergrijpend hebben
zijzullen vergrijpend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou vergrijpen
jijzou vergrijpen
hij/zij/hetzou vergrijpen
wijzouden vergrijpen
julliezouden vergrijpen
zijzouden vergrijpen
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou vergrijpend hebben
jijzou vergrijpend hebben
hij/zij/hetzou vergrijpend hebben
wijzouden vergrijpend hebben
julliezouden vergrijpend hebben
zijzouden vergrijpend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het vergrijpen
jijbent aan het vergrijpen
hij/zij/hetis aan het vergrijpen
wijzijn aan het vergrijpen
julliezijn aan het vergrijpen
zijzijn aan het vergrijpen
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het vergrijpen
jijwas aan het vergrijpen
hij/zij/hetwas aan het vergrijpen
wijwaren aan het vergrijpen
julliewaren aan het vergrijpen
zijwaren aan het vergrijpen
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikvergrijp
jijvergrijp
hij/zij/hetvergrijp
wijvergrijp
jullievergrijp
zijvergrijp
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0