FlexiVerb

Dutch Verb

vermelden

to mention, to note · to announce, to proclaim

takes hebbenstrongregular

Infinitive

vermelden

Past Participle

vermeldend

Pres. Participle

vermeldend

Imperative

vermeld / vermeldt

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikvermeld
jijvermeldt
hij/zij/hetvermeldt
wijvermelden
jullievermelden
zijvermelden

Verleden tijd

Simple Past

ikvermeldde
jijvermeldde
hij/zij/hetvermeldde
wijvermeldden
jullievermeldden
zijvermeldden

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb vermeldend
jijhebt vermeldend
hij/zij/hetheeft vermeldend
wijhebben vermeldend
julliehebben vermeldend
zijhebben vermeldend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad vermeldend
jijhad vermeldend
hij/zij/hethad vermeldend
wijhadden vermeldend
julliehadden vermeldend
zijhadden vermeldend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal vermelden
jijzal vermelden
hij/zij/hetzal vermelden
wijzullen vermelden
julliezullen vermelden
zijzullen vermelden

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal vermeldend hebben
jijzal vermeldend hebben
hij/zij/hetzal vermeldend hebben
wijzullen vermeldend hebben
julliezullen vermeldend hebben
zijzullen vermeldend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou vermelden
jijzou vermelden
hij/zij/hetzou vermelden
wijzouden vermelden
julliezouden vermelden
zijzouden vermelden

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou vermeldend hebben
jijzou vermeldend hebben
hij/zij/hetzou vermeldend hebben
wijzouden vermeldend hebben
julliezouden vermeldend hebben
zijzouden vermeldend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het vermelden
jijbent aan het vermelden
hij/zij/hetis aan het vermelden
wijzijn aan het vermelden
julliezijn aan het vermelden
zijzijn aan het vermelden

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het vermelden
jijwas aan het vermelden
hij/zij/hetwas aan het vermelden
wijwaren aan het vermelden
julliewaren aan het vermelden
zijwaren aan het vermelden
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikvermeld
jijvermeld
hij/zij/hetvermeld
wijvermeld
jullievermeld
zijvermeld

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0