Dutch Verb
vermenigvuldigen
to multiply · to multiply, to become more numerous
takes hebbenstrongregular
Infinitive
vermenigvuldigen
Past Participle
vermenigvuldigend
Pres. Participle
vermenigvuldigend
Imperative
vermenigvuldig / vermenigvuldigt
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikvermenigvuldig
jijvermenigvuldigt
hij/zij/hetvermenigvuldigt
wijvermenigvuldigen
jullievermenigvuldigen
zijvermenigvuldigen
Verleden tijd
Simple Past
ikvermenigvuldigde
jijvermenigvuldigde
hij/zij/hetvermenigvuldigde
wijvermenigvuldigden
jullievermenigvuldigden
zijvermenigvuldigden
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb vermenigvuldigend
jijhebt vermenigvuldigend
hij/zij/hetheeft vermenigvuldigend
wijhebben vermenigvuldigend
julliehebben vermenigvuldigend
zijhebben vermenigvuldigend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad vermenigvuldigend
jijhad vermenigvuldigend
hij/zij/hethad vermenigvuldigend
wijhadden vermenigvuldigend
julliehadden vermenigvuldigend
zijhadden vermenigvuldigend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal vermenigvuldigen
jijzal vermenigvuldigen
hij/zij/hetzal vermenigvuldigen
wijzullen vermenigvuldigen
julliezullen vermenigvuldigen
zijzullen vermenigvuldigen
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal vermenigvuldigend hebben
jijzal vermenigvuldigend hebben
hij/zij/hetzal vermenigvuldigend hebben
wijzullen vermenigvuldigend hebben
julliezullen vermenigvuldigend hebben
zijzullen vermenigvuldigend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou vermenigvuldigen
jijzou vermenigvuldigen
hij/zij/hetzou vermenigvuldigen
wijzouden vermenigvuldigen
julliezouden vermenigvuldigen
zijzouden vermenigvuldigen
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou vermenigvuldigend hebben
jijzou vermenigvuldigend hebben
hij/zij/hetzou vermenigvuldigend hebben
wijzouden vermenigvuldigend hebben
julliezouden vermenigvuldigend hebben
zijzouden vermenigvuldigend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het vermenigvuldigen
jijbent aan het vermenigvuldigen
hij/zij/hetis aan het vermenigvuldigen
wijzijn aan het vermenigvuldigen
julliezijn aan het vermenigvuldigen
zijzijn aan het vermenigvuldigen
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het vermenigvuldigen
jijwas aan het vermenigvuldigen
hij/zij/hetwas aan het vermenigvuldigen
wijwaren aan het vermenigvuldigen
julliewaren aan het vermenigvuldigen
zijwaren aan het vermenigvuldigen
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikvermenigvuldig
jijvermenigvuldig
hij/zij/hetvermenigvuldig
wijvermenigvuldig
jullievermenigvuldig
zijvermenigvuldig
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0