Dutch Verb
vermommen
to disguise, mask
takes hebbenstrongregular
Infinitive
vermommen
Past Participle
vermommend
Pres. Participle
vermommend
Imperative
vermom / vermomt
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikvermom
jijvermomt
hij/zij/hetvermomt
wijvermommen
jullievermommen
zijvermommen
Verleden tijd
Simple Past
ikvermomde
jijvermomde
hij/zij/hetvermomde
wijvermomden
jullievermomden
zijvermomden
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb vermommend
jijhebt vermommend
hij/zij/hetheeft vermommend
wijhebben vermommend
julliehebben vermommend
zijhebben vermommend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad vermommend
jijhad vermommend
hij/zij/hethad vermommend
wijhadden vermommend
julliehadden vermommend
zijhadden vermommend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal vermommen
jijzal vermommen
hij/zij/hetzal vermommen
wijzullen vermommen
julliezullen vermommen
zijzullen vermommen
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal vermommend hebben
jijzal vermommend hebben
hij/zij/hetzal vermommend hebben
wijzullen vermommend hebben
julliezullen vermommend hebben
zijzullen vermommend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou vermommen
jijzou vermommen
hij/zij/hetzou vermommen
wijzouden vermommen
julliezouden vermommen
zijzouden vermommen
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou vermommend hebben
jijzou vermommend hebben
hij/zij/hetzou vermommend hebben
wijzouden vermommend hebben
julliezouden vermommend hebben
zijzouden vermommend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het vermommen
jijbent aan het vermommen
hij/zij/hetis aan het vermommen
wijzijn aan het vermommen
julliezijn aan het vermommen
zijzijn aan het vermommen
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het vermommen
jijwas aan het vermommen
hij/zij/hetwas aan het vermommen
wijwaren aan het vermommen
julliewaren aan het vermommen
zijwaren aan het vermommen
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikvermomm
jijvermomm
hij/zij/hetvermomm
wijvermomm
jullievermomm
zijvermomm
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0