FlexiVerb

Dutch Verb

verontreinigen

to pollute

takes hebbenstrongregular

Infinitive

verontreinigen

Past Participle

verontreinigend

Pres. Participle

verontreinigend

Imperative

verontreinig / verontreinigt

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikverontreinig
jijverontreinigt
hij/zij/hetverontreinigt
wijverontreinigen
jullieverontreinigen
zijverontreinigen

Verleden tijd

Simple Past

ikverontreinigde
jijverontreinigde
hij/zij/hetverontreinigde
wijverontreinigden
jullieverontreinigden
zijverontreinigden

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb verontreinigend
jijhebt verontreinigend
hij/zij/hetheeft verontreinigend
wijhebben verontreinigend
julliehebben verontreinigend
zijhebben verontreinigend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad verontreinigend
jijhad verontreinigend
hij/zij/hethad verontreinigend
wijhadden verontreinigend
julliehadden verontreinigend
zijhadden verontreinigend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal verontreinigen
jijzal verontreinigen
hij/zij/hetzal verontreinigen
wijzullen verontreinigen
julliezullen verontreinigen
zijzullen verontreinigen

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal verontreinigend hebben
jijzal verontreinigend hebben
hij/zij/hetzal verontreinigend hebben
wijzullen verontreinigend hebben
julliezullen verontreinigend hebben
zijzullen verontreinigend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou verontreinigen
jijzou verontreinigen
hij/zij/hetzou verontreinigen
wijzouden verontreinigen
julliezouden verontreinigen
zijzouden verontreinigen

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou verontreinigend hebben
jijzou verontreinigend hebben
hij/zij/hetzou verontreinigend hebben
wijzouden verontreinigend hebben
julliezouden verontreinigend hebben
zijzouden verontreinigend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het verontreinigen
jijbent aan het verontreinigen
hij/zij/hetis aan het verontreinigen
wijzijn aan het verontreinigen
julliezijn aan het verontreinigen
zijzijn aan het verontreinigen

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het verontreinigen
jijwas aan het verontreinigen
hij/zij/hetwas aan het verontreinigen
wijwaren aan het verontreinigen
julliewaren aan het verontreinigen
zijwaren aan het verontreinigen
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikverontreinig
jijverontreinig
hij/zij/hetverontreinig
wijverontreinig
jullieverontreinig
zijverontreinig

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0