Dutch Verb
veropenbaren
disclose
takes hebbenstrongregular
Infinitive
veropenbaren
Past Participle
veropenbarend
Pres. Participle
veropenbarend
Imperative
veropenbaar / veropenbaart
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikveropenbaar
jijveropenbaart
hij/zij/hetveropenbaart
wijveropenbaren
jullieveropenbaren
zijveropenbaren
Verleden tijd
Simple Past
ikveropenbaarde
jijveropenbaarde
hij/zij/hetveropenbaarde
wijveropenbaarden
jullieveropenbaarden
zijveropenbaarden
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb veropenbarend
jijhebt veropenbarend
hij/zij/hetheeft veropenbarend
wijhebben veropenbarend
julliehebben veropenbarend
zijhebben veropenbarend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad veropenbarend
jijhad veropenbarend
hij/zij/hethad veropenbarend
wijhadden veropenbarend
julliehadden veropenbarend
zijhadden veropenbarend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal veropenbaren
jijzal veropenbaren
hij/zij/hetzal veropenbaren
wijzullen veropenbaren
julliezullen veropenbaren
zijzullen veropenbaren
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal veropenbarend hebben
jijzal veropenbarend hebben
hij/zij/hetzal veropenbarend hebben
wijzullen veropenbarend hebben
julliezullen veropenbarend hebben
zijzullen veropenbarend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou veropenbaren
jijzou veropenbaren
hij/zij/hetzou veropenbaren
wijzouden veropenbaren
julliezouden veropenbaren
zijzouden veropenbaren
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou veropenbarend hebben
jijzou veropenbarend hebben
hij/zij/hetzou veropenbarend hebben
wijzouden veropenbarend hebben
julliezouden veropenbarend hebben
zijzouden veropenbarend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het veropenbaren
jijbent aan het veropenbaren
hij/zij/hetis aan het veropenbaren
wijzijn aan het veropenbaren
julliezijn aan het veropenbaren
zijzijn aan het veropenbaren
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het veropenbaren
jijwas aan het veropenbaren
hij/zij/hetwas aan het veropenbaren
wijwaren aan het veropenbaren
julliewaren aan het veropenbaren
zijwaren aan het veropenbaren
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikveropenbar
jijveropenbar
hij/zij/hetveropenbar
wijveropenbar
jullieveropenbar
zijveropenbar
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0