Dutch Verb
verpanden
to pawn (to sell something to a pawn shop)
takes hebbenstrongregular
Infinitive
verpanden
Past Participle
verpandend
Pres. Participle
verpandend
Imperative
verpand / verpandt
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikverpand
jijverpandt
hij/zij/hetverpandt
wijverpanden
jullieverpanden
zijverpanden
Verleden tijd
Simple Past
ikverpandde
jijverpandde
hij/zij/hetverpandde
wijverpandden
jullieverpandden
zijverpandden
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb verpandend
jijhebt verpandend
hij/zij/hetheeft verpandend
wijhebben verpandend
julliehebben verpandend
zijhebben verpandend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad verpandend
jijhad verpandend
hij/zij/hethad verpandend
wijhadden verpandend
julliehadden verpandend
zijhadden verpandend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal verpanden
jijzal verpanden
hij/zij/hetzal verpanden
wijzullen verpanden
julliezullen verpanden
zijzullen verpanden
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal verpandend hebben
jijzal verpandend hebben
hij/zij/hetzal verpandend hebben
wijzullen verpandend hebben
julliezullen verpandend hebben
zijzullen verpandend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou verpanden
jijzou verpanden
hij/zij/hetzou verpanden
wijzouden verpanden
julliezouden verpanden
zijzouden verpanden
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou verpandend hebben
jijzou verpandend hebben
hij/zij/hetzou verpandend hebben
wijzouden verpandend hebben
julliezouden verpandend hebben
zijzouden verpandend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het verpanden
jijbent aan het verpanden
hij/zij/hetis aan het verpanden
wijzijn aan het verpanden
julliezijn aan het verpanden
zijzijn aan het verpanden
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het verpanden
jijwas aan het verpanden
hij/zij/hetwas aan het verpanden
wijwaren aan het verpanden
julliewaren aan het verpanden
zijwaren aan het verpanden
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikverpand
jijverpand
hij/zij/hetverpand
wijverpand
jullieverpand
zijverpand
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0