Dutch Verb
verstoten
to repudiate, to reject, to expel · to disown
takes hebbenstrongregular
Infinitive
verstoten
Past Participle
verstotend
Pres. Participle
verstotend
Imperative
verstoot / verstoot
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikverstoot
jijverstoot
hij/zij/hetverstoot
wijverstoten
jullieverstoten
zijverstoten
Verleden tijd
Simple Past
ikverstootte
jijverstootte
hij/zij/hetverstootte
wijverstootten
jullieverstootten
zijverstootten
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb verstotend
jijhebt verstotend
hij/zij/hetheeft verstotend
wijhebben verstotend
julliehebben verstotend
zijhebben verstotend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad verstotend
jijhad verstotend
hij/zij/hethad verstotend
wijhadden verstotend
julliehadden verstotend
zijhadden verstotend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal verstoten
jijzal verstoten
hij/zij/hetzal verstoten
wijzullen verstoten
julliezullen verstoten
zijzullen verstoten
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal verstotend hebben
jijzal verstotend hebben
hij/zij/hetzal verstotend hebben
wijzullen verstotend hebben
julliezullen verstotend hebben
zijzullen verstotend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou verstoten
jijzou verstoten
hij/zij/hetzou verstoten
wijzouden verstoten
julliezouden verstoten
zijzouden verstoten
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou verstotend hebben
jijzou verstotend hebben
hij/zij/hetzou verstotend hebben
wijzouden verstotend hebben
julliezouden verstotend hebben
zijzouden verstotend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het verstoten
jijbent aan het verstoten
hij/zij/hetis aan het verstoten
wijzijn aan het verstoten
julliezijn aan het verstoten
zijzijn aan het verstoten
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het verstoten
jijwas aan het verstoten
hij/zij/hetwas aan het verstoten
wijwaren aan het verstoten
julliewaren aan het verstoten
zijwaren aan het verstoten
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikverstot
jijverstot
hij/zij/hetverstot
wijverstot
jullieverstot
zijverstot
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0