FlexiVerb

Dutch Verb

verstrijken

to use up by smearing, applying all liquid or paste · to run out, expire, become invalid

takes hebbenstrongregular

Infinitive

verstrijken

Past Participle

verstrijkend

Pres. Participle

verstrijkend

Imperative

verstrijk / verstrijkt

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikverstrijk
jijverstrijkt
hij/zij/hetverstrijkt
wijverstrijken
jullieverstrijken
zijverstrijken

Verleden tijd

Simple Past

ikverstreek
jijverstreek
hij/zij/hetverstreek
wijverstreken
jullieverstreken
zijverstreken

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb verstrijkend
jijhebt verstrijkend
hij/zij/hetheeft verstrijkend
wijhebben verstrijkend
julliehebben verstrijkend
zijhebben verstrijkend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad verstrijkend
jijhad verstrijkend
hij/zij/hethad verstrijkend
wijhadden verstrijkend
julliehadden verstrijkend
zijhadden verstrijkend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal verstrijken
jijzal verstrijken
hij/zij/hetzal verstrijken
wijzullen verstrijken
julliezullen verstrijken
zijzullen verstrijken

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal verstrijkend hebben
jijzal verstrijkend hebben
hij/zij/hetzal verstrijkend hebben
wijzullen verstrijkend hebben
julliezullen verstrijkend hebben
zijzullen verstrijkend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou verstrijken
jijzou verstrijken
hij/zij/hetzou verstrijken
wijzouden verstrijken
julliezouden verstrijken
zijzouden verstrijken

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou verstrijkend hebben
jijzou verstrijkend hebben
hij/zij/hetzou verstrijkend hebben
wijzouden verstrijkend hebben
julliezouden verstrijkend hebben
zijzouden verstrijkend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het verstrijken
jijbent aan het verstrijken
hij/zij/hetis aan het verstrijken
wijzijn aan het verstrijken
julliezijn aan het verstrijken
zijzijn aan het verstrijken

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het verstrijken
jijwas aan het verstrijken
hij/zij/hetwas aan het verstrijken
wijwaren aan het verstrijken
julliewaren aan het verstrijken
zijwaren aan het verstrijken
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikverstrijk
jijverstrijk
hij/zij/hetverstrijk
wijverstrijk
jullieverstrijk
zijverstrijk

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0