Dutch Verb
verwerven
to acquire, obtain, gain
takes hebbenstrongregular
Infinitive
verwerven
Past Participle
verwervend
Pres. Participle
verwervend
Imperative
verwerf / verwerft
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikverwerf
jijverwerft
hij/zij/hetverwerft
wijverwerven
jullieverwerven
zijverwerven
Verleden tijd
Simple Past
ikverwierf
jijverwierf
hij/zij/hetverwierf
wijverwierven
jullieverwierven
zijverwierven
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb verwervend
jijhebt verwervend
hij/zij/hetheeft verwervend
wijhebben verwervend
julliehebben verwervend
zijhebben verwervend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad verwervend
jijhad verwervend
hij/zij/hethad verwervend
wijhadden verwervend
julliehadden verwervend
zijhadden verwervend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal verwerven
jijzal verwerven
hij/zij/hetzal verwerven
wijzullen verwerven
julliezullen verwerven
zijzullen verwerven
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal verwervend hebben
jijzal verwervend hebben
hij/zij/hetzal verwervend hebben
wijzullen verwervend hebben
julliezullen verwervend hebben
zijzullen verwervend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou verwerven
jijzou verwerven
hij/zij/hetzou verwerven
wijzouden verwerven
julliezouden verwerven
zijzouden verwerven
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou verwervend hebben
jijzou verwervend hebben
hij/zij/hetzou verwervend hebben
wijzouden verwervend hebben
julliezouden verwervend hebben
zijzouden verwervend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het verwerven
jijbent aan het verwerven
hij/zij/hetis aan het verwerven
wijzijn aan het verwerven
julliezijn aan het verwerven
zijzijn aan het verwerven
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het verwerven
jijwas aan het verwerven
hij/zij/hetwas aan het verwerven
wijwaren aan het verwerven
julliewaren aan het verwerven
zijwaren aan het verwerven
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikverwerv
jijverwerv
hij/zij/hetverwerv
wijverwerv
jullieverwerv
zijverwerv
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0