Dutch Verb
verwezenlijken
to realize (US); realise (UK), accomplish
takes hebbenstrongregular
Infinitive
verwezenlijken
Past Participle
verwezenlijkend
Pres. Participle
verwezenlijkend
Imperative
verwezenlijk / verwezenlijkt
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikverwezenlijk
jijverwezenlijkt
hij/zij/hetverwezenlijkt
wijverwezenlijken
jullieverwezenlijken
zijverwezenlijken
Verleden tijd
Simple Past
ikverwezenlijkte
jijverwezenlijkte
hij/zij/hetverwezenlijkte
wijverwezenlijkten
jullieverwezenlijkten
zijverwezenlijkten
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb verwezenlijkend
jijhebt verwezenlijkend
hij/zij/hetheeft verwezenlijkend
wijhebben verwezenlijkend
julliehebben verwezenlijkend
zijhebben verwezenlijkend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad verwezenlijkend
jijhad verwezenlijkend
hij/zij/hethad verwezenlijkend
wijhadden verwezenlijkend
julliehadden verwezenlijkend
zijhadden verwezenlijkend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal verwezenlijken
jijzal verwezenlijken
hij/zij/hetzal verwezenlijken
wijzullen verwezenlijken
julliezullen verwezenlijken
zijzullen verwezenlijken
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal verwezenlijkend hebben
jijzal verwezenlijkend hebben
hij/zij/hetzal verwezenlijkend hebben
wijzullen verwezenlijkend hebben
julliezullen verwezenlijkend hebben
zijzullen verwezenlijkend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou verwezenlijken
jijzou verwezenlijken
hij/zij/hetzou verwezenlijken
wijzouden verwezenlijken
julliezouden verwezenlijken
zijzouden verwezenlijken
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou verwezenlijkend hebben
jijzou verwezenlijkend hebben
hij/zij/hetzou verwezenlijkend hebben
wijzouden verwezenlijkend hebben
julliezouden verwezenlijkend hebben
zijzouden verwezenlijkend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het verwezenlijken
jijbent aan het verwezenlijken
hij/zij/hetis aan het verwezenlijken
wijzijn aan het verwezenlijken
julliezijn aan het verwezenlijken
zijzijn aan het verwezenlijken
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het verwezenlijken
jijwas aan het verwezenlijken
hij/zij/hetwas aan het verwezenlijken
wijwaren aan het verwezenlijken
julliewaren aan het verwezenlijken
zijwaren aan het verwezenlijken
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikverwezenlijk
jijverwezenlijk
hij/zij/hetverwezenlijk
wijverwezenlijk
jullieverwezenlijk
zijverwezenlijk
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0