FlexiVerb

Dutch Verb

verzaken

to renounce, to abandon · to neglect, to abandon · to betray, to abandon

takes hebbenstrongregular

Infinitive

verzaken

Past Participle

verzakend

Pres. Participle

verzakend

Imperative

verzaak / verzaakt

Simple Tenses

The two base forms — everything else builds from these

Tegenwoordige tijd

Present

ikverzaak
jijverzaakt
hij/zij/hetverzaakt
wijverzaken
jullieverzaken
zijverzaken

Verleden tijd

Simple Past

ikverzaakte
jijverzaakte
hij/zij/hetverzaakte
wijverzaakten
jullieverzaakten
zijverzaakten

Perfect Tenses

Actions completed relative to a point in time

Voltooid tegenwoordige tijd

Perfect

hebben (present) + past participle
ikheb verzakend
jijhebt verzakend
hij/zij/hetheeft verzakend
wijhebben verzakend
julliehebben verzakend
zijhebben verzakend

Voltooid verleden tijd

Pluperfect

hebben (past) + past participle
ikhad verzakend
jijhad verzakend
hij/zij/hethad verzakend
wijhadden verzakend
julliehadden verzakend
zijhadden verzakend

Future Tenses

Events that will or would happen

Toekomende tijd

Future

zullen + infinitive
ikzal verzaken
jijzal verzaken
hij/zij/hetzal verzaken
wijzullen verzaken
julliezullen verzaken
zijzullen verzaken

Voltooid toekomende tijd

Future Perfect

zullen + past participle + hebben
ikzal verzakend hebben
jijzal verzakend hebben
hij/zij/hetzal verzakend hebben
wijzullen verzakend hebben
julliezullen verzakend hebben
zijzullen verzakend hebben

Conditional

Hypothetical and contrary-to-fact situations

Voorwaardelijke wijs

Conditional

zou/zouden + infinitive
ikzou verzaken
jijzou verzaken
hij/zij/hetzou verzaken
wijzouden verzaken
julliezouden verzaken
zijzouden verzaken

Voltooid voorwaardelijke wijs

Conditional Perfect

zou/zouden + past participle + hebben
ikzou verzakend hebben
jijzou verzakend hebben
hij/zij/hetzou verzakend hebben
wijzouden verzakend hebben
julliezouden verzakend hebben
zijzouden verzakend hebben

Progressive

Ongoing actions — using the aan het construction

Tegenwoordige duur

Present Progressive

zijn (present) + aan het + infinitive
ikben aan het verzaken
jijbent aan het verzaken
hij/zij/hetis aan het verzaken
wijzijn aan het verzaken
julliezijn aan het verzaken
zijzijn aan het verzaken

Verleden duur

Past Progressive

zijn (past) + aan het + infinitive
ikwas aan het verzaken
jijwas aan het verzaken
hij/zij/hetwas aan het verzaken
wijwaren aan het verzaken
julliewaren aan het verzaken
zijwaren aan het verzaken
›Formal & Archaic Forms

Subjunctive

Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions

Aanvoegende wijs

Subjunctive

bare stem — all persons

Survives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.

Archaic — formal/literary only
ikverzak
jijverzak
hij/zij/hetverzak
wijverzak
jullieverzak
zijverzak

Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0