Dutch Verb
vossen
to fuck · to study intensely
takes hebbenstrongregular
Infinitive
vossen
Past Participle
vossend
Pres. Participle
vossend
Imperative
vos / vost
Simple Tenses
The two base forms — everything else builds from these
Tegenwoordige tijd
Present
ikvos
jijvost
hij/zij/hetvost
wijvossen
jullievossen
zijvossen
Verleden tijd
Simple Past
ikvoste
jijvoste
hij/zij/hetvoste
wijvosten
jullievosten
zijvosten
Perfect Tenses
Actions completed relative to a point in time
Voltooid tegenwoordige tijd
Perfect
hebben (present) + past participleikheb vossend
jijhebt vossend
hij/zij/hetheeft vossend
wijhebben vossend
julliehebben vossend
zijhebben vossend
Voltooid verleden tijd
Pluperfect
hebben (past) + past participleikhad vossend
jijhad vossend
hij/zij/hethad vossend
wijhadden vossend
julliehadden vossend
zijhadden vossend
Future Tenses
Events that will or would happen
Toekomende tijd
Future
zullen + infinitiveikzal vossen
jijzal vossen
hij/zij/hetzal vossen
wijzullen vossen
julliezullen vossen
zijzullen vossen
Voltooid toekomende tijd
Future Perfect
zullen + past participle + hebbenikzal vossend hebben
jijzal vossend hebben
hij/zij/hetzal vossend hebben
wijzullen vossend hebben
julliezullen vossend hebben
zijzullen vossend hebben
Conditional
Hypothetical and contrary-to-fact situations
Voorwaardelijke wijs
Conditional
zou/zouden + infinitiveikzou vossen
jijzou vossen
hij/zij/hetzou vossen
wijzouden vossen
julliezouden vossen
zijzouden vossen
Voltooid voorwaardelijke wijs
Conditional Perfect
zou/zouden + past participle + hebbenikzou vossend hebben
jijzou vossend hebben
hij/zij/hetzou vossend hebben
wijzouden vossend hebben
julliezouden vossend hebben
zijzouden vossend hebben
Progressive
Ongoing actions — using the aan het construction
Tegenwoordige duur
Present Progressive
zijn (present) + aan het + infinitiveikben aan het vossen
jijbent aan het vossen
hij/zij/hetis aan het vossen
wijzijn aan het vossen
julliezijn aan het vossen
zijzijn aan het vossen
Verleden duur
Past Progressive
zijn (past) + aan het + infinitiveikwas aan het vossen
jijwas aan het vossen
hij/zij/hetwas aan het vossen
wijwaren aan het vossen
julliewaren aan het vossen
zijwaren aan het vossen
›Formal & Archaic Forms
Subjunctive
Aanvoegende wijs — survives only in fixed literary expressions
Aanvoegende wijs
Subjunctive
bare stem — all personsSurvives only in fixed formal/literary expressions. Not used in everyday Dutch.
Archaic — formal/literary onlyikvoss
jijvoss
hij/zij/hetvoss
wijvoss
jullievoss
zijvoss
Conjugation data: kaikki.org / Wiktionary — CC BY-SA 4.0